Wat leren we uit de Barometer Digitale Inclusie

Dit artikel is deel van Digitale inclusie

Uit de Barometer Digitale Inclusie blijkt dat de digitalisering vooral ten goede komt van groepen die sociaal, cultureel en economisch bevoordeeld zijn. Daarbij zijn er 3 soorten digitale ongelijkheid:

  1. Ongelijke toegang tot digitale technologieën
  2. Ongelijkheid op het vlak van digitale vaardigheden
  3. Ongelijkheid bij het digitaal gebruik van essentiële diensten

Goed om te weten

De cijfers in de Barometer Digitale Inclusie dateren van net vóór de coronacrisis, die de problematiek rond digitale uitsluiting nog duidelijker tot uiting deed komen. Tegelijk leidde COVID-19 tot een hoop initiatieven om de toegang tot digitale tools te verbeteren.

Ongelijke toegang tot digitale technologieën

3 op 10

huishoudens met een laag inkomen hebben thuis geen internet.

28%

van de laaggeschoolde 65-plussers gaat nooit online.

Hoewel er vandaag al minder Belgen zijn die nooit gebruikmaken van het internet (8% tegenover 14% in 2015), is er wat toegang betreft nog altijd een duidelijk verschil tussen bepaalde bevolkingsgroepen. Vooral op vlak van inkomen scoort ons land slecht: 24% van mensen met een laag inkomen is een niet-gebruiker van het internet. In al onze buurlanden is de toegangskloof tussen hoge en lage inkomens kleiner.

Daarnaast hebben ook alleenstaanden en koppels zonder kinderen opmerkelijk minder toegang tot het internet. Respectievelijk 22% en 9% heeft thuis geen internetverbinding. Verder valt het belang van de smartphone op voor kwetsbare groepen: hoe lager het inkomen en hoe lager het opleidingsniveau, hoe vaker de smartphone de enige drager is voor een internetverbinding.

Ongelijkheid op het vlak van digitale vaardigheden

32%

van de Belgen beschikt over zwakke digitale vaardigheden.

79%

van de vrouwelijke 55-plussers is digitaal kwetsbaar.

Digitale vaardigheden vragen tijd, aandacht en energie. In een maatschappij die digitaal voortdurend verandert, zijn ze soms moeilijk bij te houden. Mogelijk verklaart dat waarom slechts 38% van de Belgen goed ontwikkelde digitale vaardigheden heeft.

Laaggeschoolde mensen met een laag inkomen hebben het bijzonder moeilijk als het gaat over digitale vaardigheden: 75% van hen is digitaal kwetsbaar. Bij werkzoekenden gaat het om 54%. Gemiddeld heeft 32% van alle Belgen zwakke digitale vaardigheden. Tellen we daar de 8% niet-gebruikers bij, dan is maar liefst 40% digitaal niet helemaal mee.

Ongelijkheid bij het digitaal gebruik van essentiële diensten

57%

van de internetgebruikers met een laag opleidingsniveau deed nog nooit een online aankoop. 

56%

van de internetgebruikers met een laag inkomen vult online geen formulieren in voor overheidsdiensten.

Terwijl veel Belgen internetbankieren en e-commerce volop omarmd hebben, is dat niet voor iedereen het geval. Zo heeft 37% van de internetgebruikers met een laag inkomen of een laag opleidingsniveau nog nooit aan e-banking gedaan en is respectievelijk 51% en 57% niet vertrouwd met online aankopen.

Zelfs voor overheidsdiensten die verplicht zijn, zoals het invullen van je belastingaangifte, kiezen veel mensen in digitaal kwetsbare groepen nog steeds de papieren weg. De belangrijkste reden die ze daarvoor geven is het feit dat ze anders hulp moeten vragen aan een derde, gevolgd door het feit dat ze te weinig vaardigheden hebben en dat de dienstverlening te complex is.

Lees het hele rapport

Benieuwd naar alle cijfers? Je kan het volledige rapport van de Barometer Digitale Inclusie online doornemen.

Gepubliceerd op 1 januari 2020