Het verschil tussen digitale uitsluiting en de digitale kloof

Dit artikel is deel van Digitale inclusie

Lange tijd werd het probleem van digitale uitsluiting gezien als een ‘digitale kloof’. Die term dekt vandaag echter niet langer de lading van de problematiek. Ontdek waarom de klassieke visie van de digitale kloof niet overeenstemt met de werkelijkheid.

Wat is de digitale kloof?

De digitale kloof verwijst naar de kloof tussen mensen met en zonder toegang tot internet en schermen. Daarbij ging men uit van een rechtstreeks verband tussen sociale en digitale uitsluiting. Er werd dus gedacht dat digitale uitsluiting enkel en alleen een probleem was van de meest kwetsbare groepen, zoals mensen in armoede, laagopgeleiden of langdurig werklozen.

Dat is niet heel vreemd, want in die bevolkingslagen zijn inderdaad veel mensen kwetsbaar voor digitale uitsluiting. Ook is de impact voor hen vaak groter, omdat ze bijvoorbeeld minder mensen rond zich hebben die wél digitaal mee zijn. Daardoor kunnen ze niet op anderen steunen. Vroeger heerste het idee dat een gebrek aan (kwalitatieve) toegang aan de basis van het probleem lag. Initiatieven rond digitale inclusie focusten dan ook vooral op het voorzien van (ultra)snel internet, openbare computerruimten, enzovoort.

“Dat digitaliseren, men gaat er maar van uit dat je het allemaal kan. Als je aan het werk bent, dan gaat dat misschien. Maar nu ik met pensioen ben, ga ik dat niet meer automatisch bijleren.”
Hoogopgeleide, gepensioneerde vrouw

Digitale uitsluiting: geen scherpe kloof

Intussen is duidelijk dat mensen in alle lagen van de samenleving problemen ervaren met digitale toepassingen. Zelfs hoogopgeleiden en ‘digital natives’ kunnen de snelheid van de digitale verandering soms niet volgen. Digitale ongelijkheden zijn dan ook niet samen te vatten als een scherpe kloof tussen mensen met en zonder toegang.

Naast toegang moet er bijvoorbeeld ook ingezet worden op:

  • Digitale vaardigheden. Media gebruiken én begrijpen zijn beide basiscompetenties voor digitale inclusie. Iemand kan misschien wel een profiel aanmaken op Facebook, maar weet daarom nog niet hoe sociale media werken en wat ze doen met je gegevens.
  • Gebruiksvriendelijkheid. Zorgen dat gebruikers de nodige vaardigheden hebben om digitaal te kunnen participeren is maar één kant van het verhaal. Ook de aanbieders en ontwikkelaars van websites en apps hebben een belangrijke rol te spelen. Hun diensten moeten toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn, zodat ze geen nieuwe drempels inbouwen. Dit noemen we ook wel ‘inclusion by design’.
  • (Laagdrempelige) ondersteuning. Denk aan opleidingen, gedrukte en digitale handleidingen, elektronische en telefonische begeleiding of software die externen toelaat om een scherm even over te nemen.
  • Motivatie. Belangrijk om te weten is dat digitale vaardigheden grotendeels verworven worden buiten het formele onderwijs. De kennis die mensen opdoen in het gewone leven is dus ook belangrijk in andere contexten. We moeten hen leren leren, en willen leren.
Gepubliceerd op 12 mei 2021