Cijfers over digitale inclusie in Vlaanderen

Dit artikel is deel van Digitale inclusie

De digitalisering van onze samenleving gaat razendsnel. Steeds meer essentiële diensten verlopen digitaal. Dat maakt het leven voor sommigen gemakkelijker, maar niet voor iedereen. Cijfers uit de Digimeter (2024) en de Barometer Digitale Inclusie (2024) tonen aan dat niet iedereen gelijke toegang heeft of over de juiste vaardigheden beschikt. Bekijk de belangrijkste inzichten.

Toegang tot internet en toestellen

De meeste Vlaamse huishoudens hebben internet, maar niet iedereen. Zo heeft 5% van de Vlaamse huishoudens thuis geen internetverbinding. Bij gezinnen met een laag inkomen loopt dit cijfer op tot 13%

Ook de kwaliteit van de internetverbinding speelt een rol. Een op vijf Vlamingen (20%) geeft aan dat ze geen beter vast internet kunnen betalen. Bij gezinnen met een laag inkomen is dat bijna een derde (30%)

Toegang gaat bovendien niet alleen over internet, maar ook over toestellen. 15% van de Belgische internetgebruikers gaat enkel online via een smartphone. Bij gezinnen met een laag inkomen is dat zelfs een 1 op de 4 personen (25%). Dat is problematisch, want wie enkel via de smartphone surft, gebruikt minder vaak essentiële digitale diensten. Bijna de helft van hen (46%) doet dat helemaal niet.

Gebruik van essentiële digitale diensten

Essentiële digitale diensten zijn digitale toepassingen die belangrijk zijn om mee te kunnen doen in de samenleving: bankieren, gezondheidszorg, administratieve procedures en e‑handel. Wie ze niet kan gebruiken, loopt het risico uitgesloten te worden van sociale rechten, zorg of commerciële kansen.

In Vlaanderen gebruikt de meerderheid essentiële digitale diensten: 85% van de Vlamingen doet aan online bankieren, 83% koopt en/of verkoopt online en 81% gebruikt digitale overheidsdiensten. Het aantal Vlamingen dat online gezondheidsdiensten gebruikt ligt wat lager (68%), maar groeit wel het sterkst. 

Toch blijft fysieke bereikbaarheid belangrijk. De meeste Vlamingen verkiezen een combinatie van digitale dienstverlening en fysieke dienstverlening, omdat het verdwijnen van loketten en ingewikkelde digitale procedures nog steeds obstakels vormen.

Daarnaast is de toegankelijkheid van digitale diensten niet vanzelfsprekend. Slechts iets meer dan de helft (56%) van de Vlamingen vindt digitale technologie gemakkelijk in gebruik. De moeilijke woorden (29%), de lay-out of werking die veranderen (27%) en de taal (22%) maken het voor sommigen lastig. 31% van de Vlamingen geeft aan dat ze websites van overheden duidelijk en toegankelijk vinden. 

Digitale competenties 

De digitalisering van de samenleving betekent niet automatisch dat iedereen ook over de juiste vaardigheden beschikt. Zo heeft 35% van de Vlamingen zwakke digitale vaardigheden. Bij laagopgeleiden is dat zelfs 53%. Dat betekent dat ze geen enkele activiteit uitvoeren op ten minste één van vijf domeinen:

88% van de Belgen heeft gevorderde communicatie- en samenwerkingsvaardigheden. 10% van de Belgen heeft basisvaardigheden, wat betekent dat ze 1 of 2 activiteiten doen die binnen dat domein vallen. Slechts 2% heeft geen vaardigheden op dit gebied.

Voorbeelden van communiceren en samenwerken zijn e-mails beheren, (video)bellen via het internet, sociale netwerken gebruiken ...

7% van de Belgen heeft geen vaardigheden op dit gebied en 15% heeft basisvaardigheden. 78% van de Belgen heeft gevorderde vaardigheden omdat ze meer dan 2 activiteiten doen die binnen dit domein vallen.

Voorbeelden van informatie en gegevens vinden en begrijpen, zijn informatie zoeken, controleren of online informatie juist is, online nieuws lezen ...

23% van de Belgen heeft basisvaardigheden in digitale inhoud creëren, en 22% creëert nooit digitale inhoud. 55% heeft dus gevorderde vaardigheden.

Voorbeelden van digitale inhoud creëren zijn een tekstverwerker gebruiken, foto's, video's of geluidsfragmenten bewerken, bestanden aanmaken ...

31% van de Belgen heeft basisvaardigheden en 6% heeft geen vaardigheden. 63% van de Belgen heeft gevorderde vaardigheden.

Voorbeelden van problemen oplossen zijn een app installeren, online producten kopen, internetbankieren ...

Van alle digitale vaardigheden hebben mensen hier het meeste moeite mee. Deze vaardigheden zijn nochtans belangrijk om jezelf te kunnen beschermen tegen online criminaliteit en tegen bedrijven die je persoonlijke gegevens gebruiken om er geld mee te verdienen. 

28% van de Belgen heeft helemaal geen vaardigheden op dit gebied, en 30% heeft basisvaardigheden. 44% heeft gevorderde vaardigheden.

Voorbeelden van vaardigheden met betrekking tot online veiligheid zijn de veiligheid van een website controleren, cookies beperken, de toegang tot je locatie beperken ...

Attitudes tegenover technologie

Vlamingen staan overwegend positief ten opzichte van technologie. Twee op drie (65%) vindt dat digitale technologieën ons leven gemakkelijker en comfortabel maken en 59% vindt technologieën gebruiken leuk. De meeste mensen geloven ook dat ze problemen zelf kunnen oplossen (57%) of de vaardigheden kunnen aanleren die daarvoor nodig zijn (87%).

Toch bestaan er ook zorgen. Een op vijf (18%) vertrouwt digitale technologie niet, een kwart (26%) twijfelt soms om toepassingen te gebruiken uit angst om fouten te maken, en meer dan de helft (56%) vindt dat innovaties te snel na elkaar komen. Dat zorgt voor druk om mee te blijven, zowel vanuit de omgeving (68%) als vanuit de maatschappij (41%).

Ondersteuningsnetwerk

Voor wie niet helemaal mee is, blijft ondersteuning belangrijk. 63% van de Vlamingen kan bij familie of vrienden terecht voor hulp. Evenveel mensen (63%) helpen zelf anderen wanneer die digitale problemen ervaren. Formele hulpbronnen blijven dus belangrijk om iedereen te ondersteunen, zeker voor wie geen sterk sociaal netwerk heeft.

Digitale inclusie gaat verder dan toegang tot internet. Het gaat ook om toegankelijkheid, vaardigheden, vertrouwen en ondersteuning. Vlaanderen boekt vooruitgang, maar een aanzienlijke groep blijft kwetsbaar. Blijven inzetten op digitale inclusie is dus cruciaal om iedereen mee te nemen in de digitale samenleving.

Gepubliceerd op 9 januari 2026