Diax versterkt de keten van digitale toegankelijkheid
Nog te vaak worden websites, apps en digitale inhoud ontworpen zonder rekening te houden met de diversiteit van hun gebruikers. Erik De Snerck, coördinator van DiAX, vertelt ons hoe zij ontwikkelaars helpen om van bij het begin te bouwen volgens de WCAG-principes om digitale toegankelijkheid te verzekeren.
Wat is DiAX?
DiAX is een samenwerkingsverband van experten in digitale toegankelijkheid. De organisatie verbetert de toegankelijkheid van digitale toepassingen zoals websites, apps, documenten en video’s.
“Digitale toegankelijkheid betekent dat je in het traject, of je nu een website, een app of content maakt, er rekening mee houdt dat de gebruiker heel divers kan zijn.
Wij komen dus op voor die gebruikers die hulpmiddelen nodig hebben, zoals een voorleessoftware of brailleregel. Maar bij uitbreiding kan iedereen er baat bij hebben. Neem bijvoorbeeld ondertiteling. Voor iemand die doof is, is ondertiteling noodzakelijk. Maar ook een jonge mama met een baby in huis waarvoor het stil moet zijn, heeft baat bij ondertiteling.
Wat we doen, doen we dus voor de gebruikers die we vertegenwoordigen, maar onze werking zelf is vooral gefocust op de kant van de ontwikkelaars. We zetten dus niet in op ‘hoe ga je met die tool werken?’ maar sporen de makers aan om hun tool volledig toegankelijk te maken. Dat doen we via de WCAG-principes: het moet waarneembaar zijn, het moet bedienbaar zijn, het moet begrijpbaar zijn en het moet robuust zijn.”
"Toegankelijkheid is iets dat top-down als een soort deken over de maatschappij moet worden gelegd, en daar proberen wij mee voor te zorgen.”
Wat zijn die WCAG-principes?
“Waarneembaarheid allereerst gaat erover dat iedereen zintuigelijk met de inhoud in contact kan komen. Als iemand bijvoorbeeld niet ziet, moet er een gesproken of voelbaar alternatief zijn.
Verder betekent bedienbaarheid dat je de content zelf moet kunnen aanpassen. Iemand die een groter lettertype nodig heeft om de tekst te kunnen lezen, heeft niks aan een pdf-formaat dat niet aan te passen is.
Daarnaast verwijst begrijpbaarheid zowel naar inhoud als taalgebruik. De vuistregel die wij hanteren is "less is more".
Robuustheid ten slotte gaat erover dat de toegang tot een informatiebron solide is. Dat betekent dat een app of website goed moet werken, ongeacht het platform, de browser of het apparaat, alsook met ondersteunende technologie. Als je geleerd hebt dat een bepaalde knop tot die handeling leidt, moet dat de volgende keer ook zo zijn.”
Wie kan gebruik maken van jullie aanbod?
“Toegankelijkheid is iets dat top-down als een soort deken over de maatschappij moet worden gelegd, en daar proberen wij mee voor te zorgen. We werken daarom veel voor steden, gemeenten en andere overheidsinstanties, die we helpen met het maken van inhoud en websites. Daarbij proberen we met DiAX zoveel mogelijk partnerschappen aan te gaan, om onze slagkracht groter te maken. Het zou heel jammer zijn dat één gemeente alles doet en de gemeente daarnaast niets doet.”
Wat vind je het belangrijkst als het gaat over digitale inclusie?
“Cruciaal is dat toegankelijkheid als principe wordt meegenomen doorheen het hele proces. Ik spreek graag van ‘de keten van toegankelijkheid’. En de keten is maar zo sterk als zijn zwakste schakel. Als je merkt dat één ding al niet in orde is, dan heb je een probleem.
Je kan je software dan wel heel toegankelijk maken, maar als je inhoud dat niet is, sluit je nog steeds mensen uit. Onze prioriteit met betrekking tot digitale inclusie is dan ook dat digitale toegankelijkheid zonder fout wordt opgenomen.”