Zorg voor individuele ondersteuning
Bezoekers individueel ondersteunen in je digipunt kan op verschillende manieren: op afspraak, met vrije inloop of een combinatie van beide.
Een digipunt is een plek waar je mensen digitaal kan ondersteunen. Dat kan op verschillende manieren: met individuele ondersteuning, door toegang te bieden tot internet en hardware, of met vorming. Ontdek hoe je dat aanpakt.
Bezoekers individueel ondersteunen in je digipunt kan op verschillende manieren: op afspraak, met vrije inloop of een combinatie van beide.
Vrije inloop is meestal de beste start. Bezoekers kunnen spontaan langskomen zonder vooraf een afspraak te maken. Dat verlaagt de drempel, zeker voor wie onzeker is of hulp nodig heeft op het moment zelf. Let wel: het spreiden van bezoekers is moeilijker, waardoor er lange wachttijden kunnen ontstaan.
Begeleiding op afspraak biedt meer structuur: je kan bezoekers eenvoudig spreiden en zo lange wachttijden vermijden. Bezoekers hebben ook meer privacy omdat er geen bezoekers in de ruimte zijn die aan het wachten zijn om hun vraag te kunnen stellen. Maar afspraken vragen wel een engagement vooraf. Bovendien kunnen bezoekers niet opdagen of sneller klaar zijn dan voorzien, wat leidt tot lege momenten.
Voorzie ook een telefonische en fysieke mogelijkheid om in te schrijven als je werkt met begeleiding op afspraak.
Een digipunt kan ook toegang tot hardware en software aanbieden. Dat kan bijvoorbeeld door gratis toestellen ter beschikking te stellen in het digipunt of door een uitleendienst op te zetten.
Een uitleendienst biedt bezoekers de mogelijkheid om tijdelijk toestellen te ontlenen zoals laptops, tablets of smartphones. Welke toestellen je aanbiedt, stem je best af op de noden van je doelgroep. Wonen er bijvoorbeeld veel schoolgaande kinderen in de buurt? Dan zijn laptops extra waardevol.
Je hoeft niet altijd nieuwe toestellen aan te kopen. Vaak kan je afgedankte toestellen inzamelen via lokale bedrijven of buurtbewoners.
Een openbare computerruimte is een plek waar bezoekers gratis digitale toestellen kunnen gebruiken. Dat hoeft niet beperkt te blijven tot computers of laptops, ook kaartlezers, printers of andere nuttige hardware kunnen deel uitmaken van het aanbod.
Een stabiele en voldoende snelle internetverbinding is daarbij essentieel. En nog beter: als er digihelpers in de buurt zijn, kunnen bezoekers meteen geholpen worden bij digitale vragen.
Er zijn twee strategieën om vormingen in je digipunt aan te bieden. Je kan een van beide strategieën kiezen, of ze combineren.
Bouw voort op een bestaand lokaal aanbod van vorming en opleiding: maak een overzicht van dat aanbod, leg connecties voor uitbreiding en maak het aanbod toegankelijk voor een breder publiek.
Werk zelf een aanbod uit, bijvoorbeeld op maat van specifieke doelgroepen of op vraag van organisaties.
Zelf een vormingsaanbod uitwerken? Er zijn drie types van vormingen, met elk voor- en nadelen.
Bij een workshop wordt toelichting gecombineerd met concrete oefenkansen. Aanwezigen gaan hands-on aan de slag rond een bepaald onderwerp en worden daarbij intensief begeleid. Daarom kunnen er meestal maar een beperkt aantal mensen deelnemen.
Een infosessie is vooral gericht op kennismaking met een bepaald thema. Ze zetten minder in op oefenen in de praktijk, waardoor ze eenvoudiger te organiseren zijn voor een groter publiek. Tegelijk bereiken ze wel een beperkter leereffect.
Een digicafé is een informeel en open moment waarop bezoekers in groep vragen kunnen stellen aan digihelpers en aan elkaar. Door de sociale dimensie kunnen persoonlijke of gevoelige onderwerpen minder bespreekbaar zijn. Tegelijk kunnen zo’n activiteiten de schaamte bij deelnemers doen afnemen omdat ze zien dat ze niet de enige zijn die soms problemen ervaren.