4 trends in het Vlaams mediawijs landschap

Onderzoek

2021 was meer dan ooit het jaar van de digitale sneltrein. Zowel thuis, op het werk als op school spelen media en technologie een steeds grotere rol. Maar hoe gaat de Vlaming om met die razendsnelle digitale transformatie van de voorbije jaren? Ontdek het in 4 trends. 

Vragen over onderzoek naar mediawijsheid? Contacteer onze expert Hadewijch Vanwynsberghe.

Digitaal connecteren staat niet gelijk aan digitaal functioneren 

Zo goed als iedereen (99%)* in Vlaanderen heeft volgens de Digimeter (2020) toegang tot internet. 78% van de Vlamingen heeft toegang tot drie of meer slimme toestellen. De smartphone is het populairste toestel.

* Opgelet: online enquêtes bereiken meestal niet elk segment van de bevolking. Wie online minder mee is of minder actief participeert aan de samenleving, wordt vaak minder bevraagd. Als we naast de cijfers van de Digimeter ook rekening houden met cijfers van voorgaande jaren van Statbel en de SCV-survey, is er een verschil van 5% (lager) wat betreft de toegang tot internet in Vlaanderen.

Ondanks de hoge mate van toegang tot internet, wil dat lang nog niet zeggen dat iedereen even vlot in omgang is met het internet. Digitaal connecteren staat dus niet gelijk aan digitaal functioneren. Uit de Digimeter blijkt dat:

45%

van de Vlamingen

vindt dat de technologie te snel gaat. Dat is een stijging van 5% t.o.v. vorig jaar.

1 op 4

Vlamingen

aangeeft dat ze technologie mijden, omdat ze er niet mee vertrouwd zijn of het niet snappen.

15 - 25%

van de Vlamingen

aangeeft dat zaken als online informatie zoeken, online solliciteren of financiële tegemoetkomingen aanvragen (nog steeds) geen evidentie is. 

Meer dan vaak speelt inkomen, scholingsgraad, leeftijd en geboorteland bovendien een rol in het niveau van digitale vaardigheden en het kunnen digitaal connecteren. Dat blijkt  uit rapporten zoals DESI (Europees), de Barometer van de Informatiemaatschappij (Federaal), de Digitale Vaardigheden bij Burgers (Vlaams), de Barometer Digitale Inclusie (KBS), Apestaartjaren (Mediawijs, Mediaraven, UGent) en de Digimeter. Opnieuw enkele cijfers die deze factoren bloot leggen:

1 op 5

Vlamingen

ervaart de kost voor internet en mobiele abonnementen als een (te) zware kost op het budget.

37%

van de Vlamingen

hadden in 2019 'minder-dan-basis' digitale vaardigheden. Dat percentage bleef vrij constant sinds 2015. 

9%

van de Vlamingen met een laag inkomen

heeft geen toegang of slechts toegang tot 1 smart toestel (in vergelijking met een gemiddelde van 3 smart toestellen bij de Vlaming in het algemeen).

Toch kunnen we niet meer zonder (sociale) media 

Ondanks bepaalde digitale drempels, zit toch zo goed als iedereen in Vlaanderen (98%) dagelijks online. 84% gebruikt ook dagelijks sociale media, al blijven ook traditionele media zoals TV en radio belangrijk, zowel voor jong als oud.

89%

van de ouders

geven aan dat hun kinderen enorm veel leren - taal, informatie opzoeken, leren dansen of filmpjes monteren, ... - via digitale media.

94%

van de jongeren

beschikt over een smartphone, bij volwassenen is dat 93%.

64%

van de Vlamingen

gaf bovendien aan dat ze het coronajaar aangenamer zijn doorgekomen dankzij digitale technologie. 

Schermen is dus iets alomtegenwoordig geworden in ons dagelijks patroon. Bij jongeren is de smartphone veruit het meest populaire toestel, en dat gebruiken ze voornamelijk om te communiceren, muziek te luisteren, video’s te kijken, te gamen en een beetje om de actualiteit te volgen. Bij volwassenen komen daar nog activiteiten bij, zoals online shoppen, online betalingen uitvoeren en gebruik maken van overheidsdiensten: 

65%

van de volwassenen Vlamingen 

koopt minstens maandelijks iets online.

± 1 op 2

Vlamingen 

stelt dat ze minsten jaarlijks gebruik maken van de digitale overheid.

54%

van de volwassen

gamet maandelijks op eender welk een toestel. 

Misschien wel een beetje te veel van het goede

Dat corona en de bijhorende quarantainemaatregelen voor velen ‘haalbaar’ waren, was zeker deels te danken aan sociale media kanalen als Whatsapp of Facebook, een geapprecieerde vervanging voor sociaal contact in een periode van social distancing. Maar toch ervaren jong en oud dat er ook een keerzijde is aan al dat digitaal en sociaal mediagebruik: 

61%

van de Vlamingen

vindt het eigen sociale mediagebruik té tijdsintensief en worstelt ermee om het onder controle te krijgen.

35%

van de Vlamingen

(een stijging van 2% t.o.v. het vorige jaar) heeft het gevoel teveel tijd aan het smartphonescherm te besteden en/of zich verslaafd te voelen. 

± 40%

van de Vlaamse jongeren

kan geen dag zonder smartphone, 45% van hen geeft ook toe dat ze naar hun gevoel te veel tijd spenderen aan hun toestel. 

Schermtijd is nummer 1 bezorgdheid van de Vlaamse ouders

volgens de MediaNestcijfers. Daar maken ouders dan ook graag duidelijke afspraken over. Die regels werken het best als ouders ze zelf ook naleven, maar dat lukt niet altijd: uit het onderzoek blijkt dat 72% van de ouders zelf niet altijd het goede voorbeeld geeft. Om een antwoord te bieden op hun zorgen over schermtijd, gebruikt 46% van de ouders wel eens een controle-app of -software. Of dit laatste de ultieme oplossing is, blijft twijfelachtig.

In tijden van nepnieuws, hebben we nood aan correcte informatie 

Corona had niet enkel invloed op ons schermgebruik, maar ook op het nieuwsgebruik, de nieuwsconsumptie en de nieuwsbeleving van de Vlaming. Uit het Digital News Report blijkt dat: 

  • Vlaamse nieuwsgebruikers aanzienlijk meer geconfronteerd werden met valse of misleidende informatie over COVID-19 dan over andere onderwerpen. Dit doet de bezorgdheid voor desinformatie toenemen (43% in 2021 tov 39% in 2020 en 31% in 2018). 
  • Dat was nog hoger bij de jongere groepen: ongeveer 45% van de 18-35-jarigen gaf aan de voorbije week geconfronteerd te zijn met desinformatie over COVID-19, tegenover slechts ca. 30% van de 45-plussers. Zij gebruiken dan ook meer sociale media voor nieuws. 

Zijn we ook meer bezorgd om al dat nepnieuws?

Uit de Digimeter 2020 blijkt dat:

  • 70% van de Vlamingen bezorgd zijn om de invloed van nepnieuws op de maatschappij,
  • tegenover 37% die bezorgd is om de invloed van fake news op zichzelf. Is dat omdat mensen denken dat ze nepnieuws wel zelf zullen herkennen?
  • Bijna de helft (48%) controleert immer hoe betrouwbaar een nieuwsartikel is, waarbij we opnieuw niet weten of hen dat lukt.

Verder heeft de Vlaming in tijden waarin desinformatie hoogtij viert een hoog vertrouwen in nieuws en vertrouwde nieuwsmerken. Tijdens corona greep de Vlaming terug naar klassieke nieuwsmerken en het vertrouwen daarin steeg ook. De jongste generatie (18-24-jarigen) heeft bovendien een groeiend vertrouwen (86%, + 9% t.o.v. het vorige jaar) in de openbare oproep.

En ons vertrouwen in sociale media?

Sociale media blijven een sterke plaats behouden in de nieuwsconsumptie van de Vlaming, maar worden steeds minder geconsumeerd als primaire bron van nieuws. Het vertrouwen van Vlaamse nieuwsgebruikers in nieuws via sociale media blijft laag. Het aantal Vlamingen dat televisiejournaals gebruikt als belangrijkste nieuwsbron stijgt met zo’n 8 procent. Televisie wordt zo opnieuw hun belangrijkste nieuwsbron. Vooral gebruikers met een laag tot gemiddeld inkomen en opleidingsniveau stapten over.